Jij bent wat ik mag zijn

Jij bent wat ik mag zijn

------------------------------

Tekst:     Paul Pans

Muziek:  Paul Pans

 

Ik schrijf dit om te zeggen, hoeveel ik van je hou.

Weet niet goed uit te leggen, hoe ik verlang naar jou.

Succes kwam in mijn leven, daarvoor gaf jij me tijd.

jij bent voor mij een zegen, aanvaard mijn dankbaarheid.

 

 Refrein:

Jij bent wat ik mag zijn,

mijn boeiendste tekst,

mijn mooiste melodie.

Jij bent wat ik mag zijn,

mijn tweede ego die de eerste mog’lijk maakt.

 

Al ben ik vaak afwezig, fysiek of in mijn hoofd.

Of ben ik drukdoend bezig, of lijk ik wat verdoofd.

Ik moet vaak wat noteren, voor de muze snel verdwijnt.

En wil me excuseren, dat de zon niet altijd schijnt.

 

Refrein:

Jij bent wat….

Brug:

Ik blijf voor jou gaan door het vuur.

Als God het wil tot mijn laatste uur.

Jij bent de vrouw waarvoor ik koos

en zonder jou word ik hulpeloos.

Refrein: (2 x)

 Jij bent wat ik mag zijn…

Een dorp dat blijft verbazen (Grazen)

Een dorp dat blijft verbazen

(tekst en muziek: Paul Pans)

 

Men speelt er graag petanque en houdt van Graas- en Melsterbeek.

Het hippe radiobaken maakt er niemand ooit van streek.

De Piskapel Sint-Anna brengt voor mensen, einde raad,

wat troost als het voortdurend weer om bedwateren gaat.

De jeugd vermaakt zich zondag in en om complex De Poel.

Het Buurthuis, knap verfraaid, geeft velen, zelfs een thuisgevoel.

De kerk, gerestaureerd, waakt over ’t dorp met klokgelui.

Behoedt wat graag de mensen, tegen ontij, slechte bui.

 

Dit lied gaat over Grazen.

Een dorp dat blijft verbazen.

Zo lieflijk en charmant, acht honderd jaren oud.

De Waterhoek, een zegen.

Historisch, puik gelegen.

Het Grazens uithangbord, publieke plaats van goud.

 

Door Erika heeft Grazen ook zijn eigen speculaas.

Gesmaakt in Vlaand’ren, Nederland en ook door Sinterklaas.

Het jaarlijks ‘Kerst in Grazen’, is bekend, ja, wijd en zijd.

En daardoor raakt het dorp zijn naam toch nooit of nimmer kwijt.

Te veel om op te noemen, dat is Grazen op zijn best.

De vele eigenschappen en de mensen doen de rest.

Het dorp, klein en gezellig, met een hart, zo reuzengroot.

De inwoners die blijven het vast trouw tot aan hun dood.

 

Ich hem m'n het en Bets verloure

Ich hem m’n het en Bets verloure                                                                                          

    (tekst en muziek Paul Pans)

 

Bets en de Gejet lij te blinke, onder een hiejete zoumerzon.

Lang was het toch alliejen mer stinke, wa da de Gejet zoewe goed kon.

Fiejer stie de kerk in ’t durep te pronken, en Betze Rust, ’t gementehuis.

Ich, in gedachte diep verzonke, vuul, Bets da es toch menne thuis.

 

Ich hem m’n het en Bets verloure

en en het Betsers dialect.

Het durep moewe da ich zen geboure

En moewe ’t regelt da het zekt.

Ich hem m’n het en Bets verloure

en dowe es niks en te doen.

De grune weis en ’t gejel koure

De veir deje geft er goed katoen.

 

Ich ving oos Bets om van te snoepe, mais e verleide, och zoewe schoewen.

Ich wil het euveral sten roepen, zelfs boinke komt er om zais loewen.

Striejen lij oos durep vol nieve weigen, en veilowbouwne, schoewen en briejed.

Mais wa geluk en mais Gods zeige, bleft het gespouwerd van hoewepe liejed.

 

Nen houlentejer, tesneusdoek en vinsterlejer, een krienekrouwe in rot wejer, Betserse woude.

Ich plant de pour, in gaikkes, schoewen in een vour, ich maak e gat mais een bour,draag noewet ne loude

 

 

Waar Jan Matterne werd geboren

Waar Jan Matterne werd geboren

     (tekst en muziek: Paul Pans)

 

Waar Jan Matterne werd geboren, ’t Kasteel van Hoen gerestaureerd.

De natuur flink weet te scoren, met Aronsthoek, dat goed floreert.

Waar Ambrosius toch blijft luiden, dat dorp heet Rummen, zo charmant.

‘Djieje’ jij toch moet beduiden, en een burcht werd platgebrand.

’t Warandebos gaat imponeren, er schuilen dieren, groot en klein.

De brassband kan mooi musiceren, wie wil er niet in Rummen zijn?

Het glazendorp en zijn verleden, een stuk historie, heel apart.

Waar een tram ooit heeft gereden, dat dorp dat draag ik in mijn hart.

 

De jaarmarkt die lokt veel mensen, net als de Grote Prijs Georges Lassaut.

Wat kan je nog meer gaan wensen, die interesse is op zich een groot cadeau?

Oriënten en Grazenmolen, voorwaar op Rummens grondgebied.

SK Rummen, nooit een punt gestolen, De Warande die binnensporten biedt.

 

Waar Jan Matterne werd geboren, ’t Kasteel van Hoen gerestaureerd.

De natuur flink weet te scoren, met Aronsthoek, dat goed floreert.

Waar Ambrosius toch blijft luiden, dat dorp heet Rummen, zo charmant.

‘Djieje’ jij toch moet beduiden, en een burcht werd platgebrand.

’t Warandebos gaat imponeren, er schuilen dieren, groot en klein.

De brassband kan mooi musiceren, wie wil er niet in Rummen zijn?

Het glazendorp en zijn verleden, een stuk historie, heel apart.

Waar een tram ooit heeft gereden, dat dorp dat draag ik in mijn hart.

Ook zonder tram zo heel apart.

Mijn Rummen draag ik in mijn hart.